blog

Adellijke weetjes

door H.T. Visser

Graaf Merkelbeek, zich ook wel ridder Merkelbeek noemende, heeft voor het eerst zijn op glas gebrandschilderde Gravenkroon in het echt gezien. Te weten een foto van een goedkope creatie van zo een kroon in een vitrine kast. In Amsterdam is de naam Merkelbach wel bekend als speelgoedzaak vroeger in de Kalverstraat. Vertaald is dat Merkelbeek. Schijnt uit Limburg te komen.

Het schijnt dat Baron van Dongen een Hertogskroon, grafisch weergegeven, (in het platte vlak dus), nu in zijn bezit heeft. Nu was het kookgenie van Dongen al goed in het meppen op een gong om etenstijd aan te kondigen. Van een Hertog mag verwacht worden dat deze strijdvaardig is. Men kijken dus uit bij verkeerd gedrag, een knal met de koekenpan ligt in het verschiet!

Helaas is mevrouw Opwis uit de Heerlijkheid Mettmann (bij Düsseldorf) overleden. Zij was een goede vriendin. Haar naam vond ik hartstikke lollig, deed mij ook aan de “afwas” denken. Een opwisje is géén biertje, hoewel daar ook wel schuim van af gewist wordt. Dat haar moeder Heysel heette, duidt ook niet op het veelvuldig innemen van biertjes. Haar tweede vader de heer Melles is voor commentaar niet bereikbaar. Misschien zou hij op dit alles: “Welles!” gezegd hebben.

Over her ”biertje pikken” nog het volgende. Doe dat niet. Ten eerste, je wordt er dronken van, wat het evenwichtsgevoel verstoort, ten tweede, betaal je consumptie. Over dat laatste weet ik te vertellen dat ik na uitvoerig gefeest en gesprongen en gedronken te hebben in het dranklokaal Brandon, hoek Keizersgracht en Leliegracht, ter gelegenheid van het maken van een Keizerskroon met lelievormen daar op aangebracht, ik er daar in volle glorie uitgeflikkerd ben geworden. De eigenaar, hoewel nu in, het door hem volmondig beaamde, bezit van pracht foto’s van o.a. deze Kroon en nog wat prachtige foto’s (Ook wel verschenen in de Z-krant), was mijn gratis water gedrink meer dan zat. Natuurlijk wilde ik op een gegeven moment, wat ik al eerder deed, een bronwatertje gaan betalen. Een Barones raadde mij dat af. “Doorgaan met gratis watertjes”, zo luidde haar advies. Met als gevolg enz. Natuurlijk een hartstikke goed advies van haar. Ik zou er nog rondspringen, zingen, dansen, spelletjes spelen en babbelen. Dat kan niet. Wel heb ik er interessante mensen ontmoet. Van de Barones kan verteld worden dat haar naam iets op naam van het Duitse kamp Vught, bekend van de tweede wereldoorlog, leek, dan wel is. Zo rond die tijd verongelukte er een vliegtuig met als inzittenden een Spaans kindje en veel Duitse kindjes. Ik moest toen nog aan haar denken, vanwege de Duitse kindjes. De piloot was depressief.

Voorts schijnt de Heer, ik meen Graaf, Limburg van Stirum, zijn hoofd er half tot meer afgereden te hebben, toen hij met zijn pijlsnelle bolide, een Lamborghini meen ik, een auto ongeluk kreeg. Na herstel kan hij zijn hoofd niet meer bewegen. Waarschijnlijk zat hem het rijden als een dolle stier in het bloed.

Van de Heer Storm van Leeuwen (een ex-ballet danser, inmiddels overleden) wordt wel verteld, dat hij in zijn speurtocht naar knappe jongens (hij viel zogezegd op mannen), zich ingeschreven heeft bij het Vreemdelingen Legioen in Frankrijk. Alras vertrok hij naar de woestijn. De gewilligheid van de soldaten zal wat tegengevallen zijn, kortom, hij deserteerde. Hij schijnt, zo gaat het verhaal, dat hij de halve woestijn doorgelopen is, waarna hij toch voor de krijgsraad moest verschijnen. Daar gooide men het geloof ik op misschien verwardheid en zijn foutieve inschatting wat gewilligheid betreft van de geharde legionairs. Hoe dan ook, de ex-balletdanser kon vertrekken zonder een straf te krijgen. Zelf vond ik hem strond vervelend. Hij zei namelijk steeds “schatje” tegen mij. Toen mijn dreigement, hem de gracht in te zullen schoppen, hem angst begon in te boezemen, bond hij dacht ik in.

Verder geen berichten. Over misdienaartjes wens ik te zwijgen, hun onbeschoft, sadistisch, sardonisch en misdadig gedrag gaat werkelijk alle perken te buiten. Wel een manier om met anderen in contact te komen bij de schriftelijke verslaglegging van al deze, en andere, ellende. In het Rijksmuseum staat een klein houten beeldje van een hoofdje dat bijzonder stompzinnig grijnst.

Hoewel beslist niet adellijk, nog het volgende. De kunstenaarsvereniging “Het Diep Water Collectief” wordt momenteel bestierd door een voorzitster uit de agrarische sector, met, wat mij betreft, geen bal verstand van kunst. Wel heerst er, in mijn ogen, wanbestuur, een verdeel en heers politiek, en wordt er voor duizenden euro’s aan kunst, ware het bedorven aardappelen, weggeflikkerd. Het wordt ook wel dictatoriaal genoemd. Velen zijn er, ik dacht toch ook wel onterecht, uitgeschopt door de bijzonder agressieven. Een lid wiens werk aan concentratiekampen doet denken, heeft daar geen geringe rol in gespeeld. Ik geloof dat nog net niet de Keizer van Japan op de hoogte is van deze ontwikkeling. Zo heeft het mij in de pen gezet.